het lavet en de Ocrietfabriek

 


 

Het zat in bijna elk huis in Pendrecht: het lavet. Heel veel Pendrechtenaren hebben er herinneringen aan: ze zaten er als kind in en hebben ongetwijfeld naar dat enge grote afvoergat gekeken met op de ring dat merkwaardige opschrift OCRIET REINIGEN MET VIM. Anderen hebben er de was in gedaan, misschien nog met zo'n originele lavetwasmachine. De lavetten werden gemaakt bij de niet meer bestaande Ocrietfabriek in Eemnes, ten noorden van Baarn.

 

Op mijn website is het lavet summier beschreven op de pagina Jeugdherinneringen maar ook in mijn weblog kwam het lavet regelmatig ter sprake. De ontdekking in februari 2009 dat de Ocrietfabriek in augustus 2008 is gesloten heeft mijn interesse in (de geschiedenis van) het lavet en de Ocrietfabriek alleen maar aangewakkerd, vandaar dat ik heb besloten er een aparte pagina aan te wijden. Deze pagina is sinds 25 februari 2009 online en zal worden bijgewerkt als ik nieuwe informatie vind.

 


 

Het lavet is in de oorlog uitgevonden en zou een oplossing worden voor het wasprobleem in de naoorlogse woningbouw waarbij soberheid troef was. In 1947 werden in Hilversum de eerste woningen met een lavet gebouwd en niet lang daarna begon de serieproductie. Het lavet is overigens een typisch Nederlands product dat in andere landen niet of nauwelijks bekend is.

De bedenkers van de douchewaschbak waren H. van der Eerde (de directeur van de Ocrietfabriek) en twee medewerkers, R.R. Laupman en F.H.P. Trip. Het woord lavet is afgeleid van de namen van de drie uitvinders: LAupman - Van der Eerde - Trip.

 

Het lavet is eigenlijk een rechthoekig aanrecht, gemaakt van het kunstnatuursteen ocriet. Het bestond uit een grote ronde, tamelijk diepe kuip, met naadloos daaraan vast een vlak deel met rondom een opstaande rand tegen afdruipend water. In combinatie met een geiser of boiler, een kraan en een douchekop kon het lavet worden gebruikt als wastafel, zitbad, voetbad, douchebak en als waskuip voor de gezinswas. Het lavet kon als extra worden voorzien van een losse wasbeweger en een elektromotor onder de kuip, daardoor veranderde de waskuip op eenvoudige wijze in een elektrische wasmachine. Naast de kuip was onder het vlakke deel ook nog ruimte om een centrifuge te plaatsen. Door het compacte ontwerp was het lavet populair omdat het weinig ruimte innam en geschikt was voor zowel lichaamsreiniging als de gezinswas. Gemeenten en woningbouwverenigingen plaatsten in de jaren vijftig het lavet in vele huizen in de sociale sector.

De maten van het lavet zijn als volgt. De kuip heeft een doorsnede van 59 centimeter en is 42 centimeter diep. Het blad heeft standaard een lengte van 120 centimeter maar er zijn ook lavetten waarbij het blad slechts 100 centimeter breed is (foto rechts). De breedte is altijd 75 centimeter en de opstaande rand is 15 centimeter hoog. De afstand van de vloer tot de bovenkant van de rand is 75 centimeter.

Aan de voorkant van de opstaande rand zit, aan de kant van de kuip, een rubber ringetje waar je een handdoek in kon klemmen. De kuip zat of links of rechts en dat bepaalde de plaats van dat ringetje.

 

De waardering voor het lavet liep nogal uiteen. Voorstanders zoals architecten van arbeiderswoningen vonden het lavet ruimtebesparend en goedkoop in vergelijking met een waskamer of een collectieve wasvoorziening. Het lavet was bovendien veelzijdig en vooral geschikt voor het wassen van kinderen en de gezinswas. Tegenstanders vonden het wassen erin vrij lastig, vooral voor ouderen en aanstaande moeders. De kuip zou te hoog zijn om er gemakkelijk in te kunnen stappen en te laag om zonder vermoeiend bukken de was te doen. Ze vonden het lavet geen geschikte vervanging voor de douche en te groot om in combinatie met een douche te installeren.

 

De Ocrietfabriek voerde een, zeker voor die tijd, heel actief marketingbeleid om het lavet aan de man te brengen. In 1951, het jaar dat het lavet werd goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen, begon het bedrijf met een intensieve reclamecampagne. Naast het plaatsen van advertenties kregen woningbouwverenigingen en vrouwenorganisaties brieven van de Ocrietfabriek waarin de veelzijdigheid van het lavet breed werd uitgemeten. Het bedrijf stuurde vertegenwoordigers die demonstraties verzorgden en omgekeerd bezochten groepen de fabriek. De aanschafprijs was destijds f 125,- (ongeveer € 57,-) per stuk, inclusief aan- en afvoer, spiegel en planchet. Woningbouwverenigingen hoefden die aanschaf niet direct contant te betalen want de Ocrietfabriek had daarvoor een financieringsregeling. Volgens het bedrijf werd het lavet in 1951 al in een kwart van de nieuwbouw toegepast en kon het ook in bestaande woningen worden aangebracht.

 

Het lavet was gemaakt van ocriet, een steenkorrel gebonden door witte cement. Door plamuren en slijpen kreeg men het gladde oppervlak. Om het materiaal sterker te maken en beter bestand tegen chemicaliën te maken werd het geocrateerd. Dit is een chemisch proces waarbij het materiaal met een fluorhoudend gas wordt behandeld. Hierdoor wordt de kalk en andere zwakke bestanddelen van het cement omgezet in kiezelzuur. Als gevolg hiervan werd het lavet zo sterk dat volwassenen er in konden staan of zitten. Het materiaal was verder voorzien van ijzeren staven als bewapening, zo ontdekte ik in 1984.

 

Omstreeks 1956 ontwikkelde de Ocrietfabriek een wasmachine voor het lavet. Het apparaat werd opgehangen aan de kuip en bestond uit een motor die een tandwielkast aandreef. Daar omheen zat een witte omkasting met daarop een typeplaatje. Aan de voorkant zat een trekschakelaar waarmee de motor werd in- en uitgeschakeld. In het afvoergat van de kuip werd dan een "wasbeweger" gezet die een heen en weer draaiende beweging maakte. De huisvrouw moest zelf de kuip met water van de gewenste temperatuur vullen.

Twee jaar later werd de centrifuge geïntroduceerd die onder het blad kon worden ingebouwd. Zowel voor de lavetwasmachine als de centrifuge maakte de Ocrietfabriek veel reclame (met slogans zoals "de lavet-wasmachine verovert Nederland!" en "de wasdag wordt nu een wasuurtje") maar een succes is het niet geworden. Door de toegenomen welvaart schaften steeds meer gezinnen een aparte wasmachine aan. Een enquête onder huisvrouwen in 1959 in Rotterdam leerde dat twee derde al een aparte wasmachine bezat en slechts 4% een lavetwasmachine. Klik hier voor een kort filmpje van een werkende lavetwasmachine.

In de zestiger jaren werd de standaard-badcel in de sociale woningbouw ruimer en beter ingericht. De Ocrietfabriek speelde daar op in en maakte nu reclame voor een lavet-met-wasmachine-en-centrifuge met daarnaast een aparte doucheruimte. De hoogtijdagen van het lavet waren echter voorbij en rond 1975 stopte de Ocrietfabriek met de productie. In totaal zijn er ruim 1 miljoen lavetten gemaakt.

 


 

Als kind heb ik prettige herinneringen aan het lavet want ook in mijn ouderlijke huis aan de Wagenbergstraat zat zo'n ding. Het was best een klim om er in te komen want het was ongeveer zo hoog als een aanrecht. Je kon er lekker in zitten en spelen op het plateau maar zeker in de winter ging daar wel wat aan vooraf. Eerst aan het koordje trekken van de hoog aan de muur aangebrachte straalkachel (na enige tijd gloeide de oranje spiraal) en dan het lavet vol laten lopen met warm water (dat duurde een eeuwigheid want daar was het keukengeisertje eigenlijk niet op berekend). Maar daarna kon je je prima vermaken totdat het water koud was geworden. Dan trok je de stop er uit en probeerde je een draaikolk te maken zodat het water heel langzaam wegliep, iets wat met een slurpend geluid gepaard ging. Hoe vaak heb ik niet naar die tekst rondom het afvoergat OCRIET REINIGEN MET VIM gekeken?

Pas op latere leeftijd ondervond ik de nadelen van het lavet. Onze badcel was al niet groot en toen daar een wasmachine kwam was de staruimte voor het lavet nog verder gereduceerd. Na een flinke stap stond je in de kuip en kon je je douchen. Een douchegordijn, dat aan de binnenkant tegen de opstaande rand hing, zorgde ervoor dat de rest van de badcel droog bleef. Ondanks het ongemak hebben we nooit overwogen om het lavet weg te laten halen; toen mijn ouders het huis in 1996 verlieten zat het lavet er nog in.

 

Toen ik in 1984 het huis aan de Stellendamstraat betrok trof ik in de badcel nog het lavet aan. In mijn verlangen naar meer douchecomfort heb ik het ding er uit gesloopt. Dat was nog een hele klus vanwege het gewicht en de degelijkheid van het materiaal. De kuip was er snel af (kwestie van de drie bouten losdraaien) maar de rest heb ik in stukken moeten hakken om het er uit te krijgen. Toen kwam ik er achter dat het materiaal was voorzien van ijzeren staven om het nog sterker te maken. Dat ik vele jaren later nog moeite zou doen om zo'n lavet voor het nageslacht te bewaren kon ik toen nog niet vermoeden...

 

Klik hier voor meer lavetherinneringen zoals die op een website met jeugdsentimenten staan.

 


 

In de meeste Pendrechtse woningen is het lavet inmiddels vervangen door een douche. OWG bood bewoners aan om het lavet te verwijderen en de badcel aan te passen maar daar stond wel een huurverhoging tegenover. Soms kreeg de kuip een nieuwe bestemming of werd in de buitenruimte gedumpt. Daar heb ik de laatste jaren verschillende voorbeelden van gezien die ik ook in mijn weblog heb vermeld. Er zijn verhalen bekend van lavetten die in de tuin als visvijver of bloembak een tweede leven kregen maar dat heb ik in Pendrecht nog nergens gezien. Hieronder een paar foto's die ik de laatste jaren heb gemaakt.

 

Deze twee lavetten stonden in februari 2007 aan de achterkant van het portiek Ellewoutsdijkstraat 102-108. Ze zijn door een bewoner voorzien van houten poten en hebben in hun tweede leven dienst gedaan als plantenbakken in het trappenhuis. Vanwege de komende sloop van de flat zijn ze buiten gezet, in april waren de lavetten verdwenen en in september/oktober is de flat zelf afgebroken.

Op 13 oktober 2007 is de flat Ellewoutsdijkstraat 2-108 helemaal gestript en is het mogelijk om overal naar binnen te kijken. In één van de huizen zit nog een lavet en wel op nummer 26.

In september/oktober 2007 is de flat Ellewoutsdijkstraat 2-108 gesloopt en tussen het puin lag zowaar nog het lavet van nummer 26.

Jarenlang lag er aan de westkant van het blok Krabbendijkestraat 272-290 een afgedankt lavet, half verstopt onder de struiken. Het blok is gesloopt in juni 2008 en een maand later was ook het lavet weg.

Dit lavet heeft vele jaren achter de even flat in de Kruiningenstraat gestaan en wel achter het portiek 29-43.

 

Ben van Zeijl, één van de laatste bewoners van het portiek, weet meer over de herkomst: "Dat lavet heeft best lang daar gestaan. Hij was van nummer 37, nadat Jordaan was verhuisd en Verdonk daar ging wonen is hij eruit gesloopt. Hij heeft jaren in de hal als bloemenbak gefunctioneerd. Uiteindelijk na het vertrek van Verdonk werd hij op het laatst meer als pisbak gebruikt. Totdat de buurman hem naar buiten heeft gegooid."

 

Begin juli 2009 is het lavet verdwenen.

 


 

Op 23 juli 2007 was ik in de gelegenheid om enkele woningen in de sloopflat Ellewoutsdijkstraat 2-108 te bezoeken. Ik ben in het eerste portiek in alle huizen geweest en in één daarvan deed ik een interessante ontdekking: in de badcel van nummer 12 trof ik nog een lavet aan. Het meest bijzondere was dat dit exemplaar nog was voorzien van een wasmachine. De omkasting van de wasmachine was eraf gehaald zodat je het binnenwerk goed kon zien, dit was voor het eerst dat ik een lavetwasmachine goed kon bekijken. Omdat het schoepenrad er ook nog lag vermoed ik dat deze machine nog tot in de 21e eeuw is gebruikt, later is door de Nieuwe Unie bevestigd dat de oorspronkelijke bewoners er tot 2006 hebben gewoond.

 

Met in mijn achterhoofd de plannen voor een Pendrecht Museum kwam de gedachte "dit moeten we op één of andere manier zien te behouden" want een lavet zat destijds in bijna iedere Pendrechtse woning dus iedereen kent het. We hebben de Nieuwe Unie ingeschakeld en zij hebben hun medewerking toegezegd. Op 7 september 2007 hebben enkele sterke mannen het er uitgehaald (foto rechts) en het is nu opgeslagen in de containerruimte van het Servicepunt Pendrecht, in afwachting van het moment dat het tentoongesteld kan worden in het Pendrecht Museum.

 


 

TNT Post is op 7 februari 2008 een samenwerking met ‘Plus Magazine’ aangegaan om een reeks van 75 Persoonlijke Postzegelvelletjes uit te geven. Daarbij staan belangrijke producten en momenten uit de jaren 50, 60 en 70 van de vorige eeuw in de schijnwerpers. Per maand komen er twee velletjes uit met een bijbehorend kleurig geïllustreerd informatieblad en een doorzichtig plastic, waarin het velletje opgeborgen kan worden. In deze serie verscheen ook een postzegelvel dat is gewijd aan het lavet. In de tekst op de achterkant van het informatieblad wordt het lavet als volgt beschreven:

 

Het lavet is een vreugdevolle uitkomst voor moeder en kind

 

Met de komst van het lavet wordt het baden op zaterdag een gebeurtenis waar moeders en kinderen naar uitkijken. Maar het lavet is meer dan een badkuip. De tobbe is multifunctioneel en daardoor tot in de jaren zestig een succes.

 

Doordat de kuip op heuphoogte hangt, hoeven moeders niet meer te bukken bij het wassen van hun kroost. De kranen met warm en koud stromend water hangen er recht boven, zodat het sjouwen met ketels warm water ook tot het verleden behoort. Bovendien is de huisvrouw blij dat het materiaal, waarvan het lavet is gemaakt, zo glad is en dat de bak één geheel vormt met het plateau ernaast. Zo is het geheel gemakkelijk schoon te houden met een borstel en een beetje Vim. Emmers en schoonmaakmiddelen vinden een plekje onder het lavet, keurig verborgen achter een gordijntje.

 

Tobbe voor kinderen en kleding

Kinderen nemen graag hun badspeelgoed mee in het sop van karnemelkse zeep, Sunlight of Palmolive. Een belevenis is ook de draaikolk die ontstaat als het water weer via het afvoerputje wegloopt. Menig kind uit de jaren vijftig heeft de tekst op dit putje in het geheugen gegrift staan: 'Ocriet reinigen met Vim'.

Door de grootte en de diepte van circa 40 cm is het lavet heel geschikt om kleding in te wassen of wasgoed in te laten weken. Sommige mensen schaffen zelfs een schoep met motor aan waardoor het lavet als wasmachine dienst kan doen. Anderen plaatsten een wasmachine of centrifuge op het plateau naast de kuip en laten het water eenvoudig in het lavet weglopen.

 

Van binnen naar buiten

Dat veel naoorlogse huishoudens nu over een wasruimte beschikken is een enorme luxe in vergelijking met de gezamenlijke wasruimtes van vóór die tijd. En ook volkstuineigenaars vinden het lavet een aanwinst: ze wassen hun oogst aan groenten in de grote kuip om die vervolgens te wecken - het jaren vijftig alternatief voor invriezen.

Als meer dan 80 provent van de huishoudens een wasmachine heeft wordt het lavet overbodig. Na de jaren zeventig zijn er veel gesloopt om plaats te maken voor een douche, die voor volwassenen een stuk praktischer is. Inmiddels doen veel lavetten dienst als plantenbak of vijvertje in de tuin.

 


 

De Ocrietfabriek stond ten noorden van Baarn, op een klein industrieterrein langs de Eem. Formeel stond het bedrijf op het grondgebied van de gemeente Eemnes (adres: Eemweg 108) maar het adres van de postbus is in Baarn.

 

De hoogtijdagen van de Ocrietfabriek waren de vijftiger jaren, zo'n 400 mensen verdienden er toen hun boterham. Na de stopzetting van de productie van het lavet richt het bedrijf zich op aanrechtbladen en andere keukenaccessoires. Het bedrijf is ondergebracht in een in 1934 gebouwd pand dat niet meer voldoet. Het gebouw is oud en door de afgenomen hoeveelheid werk te groot geworden. Het personeelsbestand is al behoorlijk ingekrompen: er werkten in 2007 nog geen 30 mensen, wel een schril contrast met een halve eeuw eerder. De fabriek wil wel verhuizen, o.a. vanwege de slechte bereikbaarheid en omdat de gemeente plannen heeft voor het gebied, maar het bedrijf heeft niet de financiële middelen daarvoor. In aanloop naar een eventuele sloop zal het pand worden bekeken en dat zou uiteindelijk de genadeklap voor het bedrijf worden.

 

Op 18 augustus 2008 wordt het pand geïnventariseerd vanwege de toekomstige sloop. Daarbij is asbest aangetroffen en de fabriek wordt per direct gesloten en verzegeld. De 23 werknemers worden naar huis gestuurd en maken zich grote zorgen om hun baan en hun gezondheid. De regionale zender RTV Utrecht besteedde er aandacht aan en in een filmpje wordt het lavet nog even in herinnering gebracht. Uiteindelijk valt definitief het doek voor het bedrijf: op 30 september 2008 is de Ocrietfabriek en Handelsmaatschappij B.V. failliet verklaard. Daarmee kwam voorgoed een einde aan de fabriek die dankzij het lavet in heel Nederland bekendheid heeft gekregen.

De gemeente Eemnes heeft plannen voor woningbouw op het Ocrietterrein. Dit moet nog verder worden uitgewerkt en de verwachting is dat er voorlopig nog niets gebeurt. Als het ooit zo ver komt dan betekent dat de sloop van de fabrieksgebouwen. Ik ben benieuwd of er daarna een tastbare herinnering aan de Ocrietfabriek komt, bijvoorbeeld door een straat naar het lavet te vernoemen.

Op de website van USINE, de Utrechtse Stichting voor INdustrieel Erfgoed, wordt in de rubriek Bedreigd aandacht gevraagd voor de Ocrietfabriek in Eemnes.

 


 

De ontdekking dat de Ocrietfabriek niet meer bestond deed ik pas ruim een half jaar later en de aanleiding was... een suikerzakje. Half februari 2009 kwam ik op een internetveiling een curiositeit tegen: een suikerzakje van de Ocrietfabriek dat ik voor de luttele prijs van 35 eurocent heb gekocht. Dat bracht mij op het idee om weer eens op de website van het bedrijf te kijken maar die bleek niet meer te bestaan. Ik ben toen verder gaan zoeken op internet en dat leverde de informatie op dat het bedrijf in 2008 failliet is verklaard.

 

In 1993 had ik een brief naar de Ocrietfabriek gestuurd met het verzoek om meer informatie over het lavet en al snel kreeg ik antwoord. Na de opkomst van internet had ook de Ocrietfabriek een website (www.ocriet.nl) waarop te zien was welke producten er werden gemaakt. Het bedrijf richtte zich vooral op aanrechtbladen en andere keukenaccessoires die met name door hotels en woningbouwcorporaties werden afgenomen. In 2007, toen er plannen waren voor een Pendrecht Museum, heb ik nog een mail gestuurd maar een reactie heb ik nooit gehad.

 

Op 18 februari 2009 heb ik in mijn weblog het einde van de Ocrietfabriek gemeld. En het lijkt toeval maar diezelfde dag stond er in het AD Rotterdams Dagblad een artikel met als kop Sagenbuurt zit nog tien jaar vast aan lavet. Het gaat om een buurtje in IJsselmonde waar de uit de vijftiger jaren daterende huizen hard aan een renovatiebeurt toe zijn. De huurders worden al jaren door hun huisbaas Woonbron aan het lijntje gehouden. Een boze bewoonster: "Het is werkelijk schandalig (...) ik zit dus nog al die jaren in een huis dat aan alle kanten tocht (...) mijn buren hebben nog een lavet, dat kan toch niet meer?"

Een paar dagen later is het lavet weer krantennieuws. Het is naar aanleiding van het eerdere bericht over de Sagenbuurt. Tweede Kamerlid Barry Madlener kan er met zijn hoofd niet bij dat bewoners nog zo'n tien jaar het nog met een lavet moeten doen en stelt daarom Kamervragen aan minister Eberhard van der Laan (Wonen, Wijken en Integratie). "Wel bijna 200 miljoen euro investeren in het SS Rotterdam maar weigeren om de woningen in de IJsselmondse Sagenbuurt op te knappen." Het bericht had als kop Kamervragen over lavet.

 

Of het komt door de sluiting van de fabriek weet ik niet maar het lavet schijnt een collectors item te zijn. Op Marktplaats worden regelmatig lavetten te koop aangeboden, daarbij was in februari 2009 zelfs een exemplaar met een nog goed werkende wasmachine.

 


 

Het faillissement van de Ocrietfabriek heeft mijn interesse in het bedrijf en het lavet alleen maar groter gemaakt. Via internet probeer ik in contact te komen met mensen die meer weten over de Ocrietfabriek of er ooit hebben gewerkt. Een vraag die mij bezig houdt is wat er na de sluiting met de fabriek is gebeurd. Op internet is van alles te lezen over plannen voor het Ocrietterrein maar over het fabriekspand wordt met geen woord gerept. Ik besluit daarom om er te gaan kijken en dat heb ik op 25 februari 2009 gedaan.

 

Het fabriekspand stond er toen nog in zijn geheel en het leek alsof de Ocrietfabriek gisteren nog in bedrijf was, ook al was de sluiting toen al een half jaar geleden. De Ocrietfabriek ligt ten noorden van Baarn, net voorbij Eembrugge. De fabriek staat aan de Eem en de Eemweg loopt er aan de andere kant omheen.

Toen ik aan kwam lopen was er geen twijfel mogelijk: het grote bord met de naam staat er nog steeds. Eerst kom je langs de eigenlijke fabriek, het lange gebouw met het zigzagdak (foto links), en verderop is een nieuwer gedeelte met de kantoren en de showroom (foto rechts). In het midden daarvan is de ingang, een dubbele deur met daarboven weer op een groot bord de naam van de fabriek. Op het parkeerterrein stonden twee auto's geparkeerd wat de indruk zou kunnen wekken dat de fabriek nog open is. Maar dat is niet zo: alle ramen zijn geblindeerd en als je door de deuren naar binnen kijkt is alles donker en verlaten. Ook de vlaggenmast is slechts een herinnering aan betere tijden.

 

Voor de expeditie is er een inrit naar het fabrieksterrein dat is afgesloten met een ijzeren hek (foto links). Het fabrieksterrein laat duidelijk zien dat hier niets meer gebeurt en het hek is met een kettingslot afgesloten. Links van het hek is de toegangsbel (foto rechts): een metalen plaat met daarop een drukknop. Boven de belknop zit een sticker met de adresgegevens van de Ocrietfabriek, inclusief telefoon- en faxnummer.

 

Aan de andere kant van het hek zit een verkeersbord dat een maximumsnelheid van 30 km/h aangeeft en daaronder de tekst H.H. chauffeurs, gelieve in Eembrugge de maximum snelheid van 30 km/uur te respecteren. Namens de bewoners en Ocriet, hartelijk dank (foto geheel rechts). Het fabrieksterrein is leeg, een verdwaald lavet zul je er echt niet vinden!

 

Ter hoogte van de Ocrietfabriek maakt de Eem een vrij scherpe kronkel. In de jaren tachtig is de rivier hier gekanaliseerd waardoor er een eiland is ontstaan dat, hoe kan het anders, de naam Ocrieteiland kreeg (foto links). Net voorbij de Ocrietfabriek is een bruggetje naar het eiland waar o.a. een kanovereniging en een scoutingvereniging zijn gevestigd. Auto's kunnen het eiland op maar het weggetje loopt dood. Vanaf het bruggetje is de bocht van de rivier goed zichtbaar, met op de achtergrond de Ocrietfabriek (foto rechts).

 

De Ocrietfabriek en directe omgeving zijn niet met openbaar vervoer te bereiken. Vanaf station Baarn is het bijna drie kwartier lopen. Volg de borden naar Eembrugge en als je dan verder loopt kom je er vanzelf.

 

Alle foto's die ik tijdens mijn bezoek aan de Ocrietfabriek heb gemaakt staan in dit fotoalbum.

 


 

Via de mail ben ik in contact met Kees Volkers van USINE, de Utrechtse Stichting voor INdustrieel Erfgoed. Hij heeft begin april 2009 vernomen dat de Provincie Utrecht serieus wil gaan kijken of ze nog iets met de Ocrietfabriek kunnen doen, met name met de karakteristieke silo. Kees wil ook graag de fabriek bezoeken, het liefst met een oud-medewerker en wil ook wat archiefwerk gaan doen.

 

In juni 2009 kreeg ik een mailtje van iemand uit Oldenzaal. Hij had een huis gekocht waar nog een lavet met wasmachine in zat en uit interesse was hij op internet gaan zoeken. Daarbij kwam hij op deze pagina maar hij ontdekte nog iets anders: de vroegere website van de Ocrietfabriek blijkt nog te bestaan, zij het in een webarchief. Klik hier om de voormalige website van de Ocrietfabriek te bekijken.

 


 

Half juli 2009 gebeurde er iets waar ik al die tijd op had gehoopt: ik kreeg een reactie van iemand die van 1985 tot aan de sluiting in 2008 in de Ocrietfabriek heeft gewerkt. Op 26 juli 2009 heb ik met deze oud-werknemer gesproken, hieronder de tekst uit mijn weblog van die dag.

 

ZONDAG 26 JULI 2009

 

Om half 11 ben ik in Utrecht waar ik een ontmoeting heb met Hans van Gooyen, een oud-werknemer van de Ocrietfabriek. Hij is daar begonnen in 1985 en heeft er onafgebroken gewerkt tot aan de sluiting in 2008, Hans was op dat moment de werknemer die het langst aan de fabriek verbonden was.

Hans was benaderd door de Historische Kring Eemnes die meer wilde weten over de Ocrietfabriek. Hij kreeg daar ook te horen dat "iemand uit Rotterdam druk was met Ocriet". Zo kwam hij op mijn site terecht en dat was voor hem de aanleiding om te reageren.

 

Hans werkte bij de productie van aanrechtbladen waar hij uiteindelijk meewerkend voorman werd. De productie van lavetten was al rond 1970 gestopt en het ocriet werd verdreven door materialen waarin kunststoffen zaten. Het cement maakte plaats voor polyesterhars waardoor nieuwe materialen ontstonden zoals Ocron, Chicron en Luxocron. De Ocrietfabriek vervaardigde naast aanrechtbladen ook douchebakken en wastafels die in verschillende kleuren leverbaar waren.

In de hoogtijdagen van het lavet telde het bedrijf zo'n 600 werknemers die in ploegendienst werkten. Het aantal mensen dat via de personeelsingang het bedrijf in- en uit ging werd met het verstrijken der jaren steeds minder en bij de sluiting in augustus 2008 waren er nog maar 23 mensen in de Ocrietfabriek werkzaam.

 

De plotselinge sluiting herinnert Hans zich nog heel goed: "Na vier weken vakantie kwamen we op die maandagochtend naar de fabriek om gewoon weer aan het werk te gaan. Maar alles was afgesloten, we konden niet eens naar binnen want de sloten op de deuren bleken te zijn vervangen. Even later arriveert de directeur en we krijgen te horen dat er binnen asbest is gevonden. De directeur vertelde verder dat het over en uit is met het bedrijf, daarna werden we naar huis gestuurd. En daar moesten we het dan maar mee doen, we waren helemaal overdonderd want we wisten van niets. We mochten niet eens naar binnen om onze persoonlijke spullen op te halen."

 

Voor het personeel braken spannende tijden aan maar de hoop dat ze weer aan het werk konden werd al na enkele maanden de bodem ingeslagen: de Ocrietfabriek en Handelsmaatschappij B.V. wordt failliet verklaard. Ondertussen gonsde het van de geruchten over de ware toedracht van de plotselinge sluiting. De ex-werknemers moesten het verder zelf maar uitzoeken; opvang of begeleiding was er aanvankelijk niet en men vroeg zich af of het laatste salaris nog wel zou worden uitbetaald.

 

Hoe de fabriek er nu van binnen uit ziet weet niemand, sinds de sluiting is het complex hermetisch afgesloten vanwege het asbest. Voor zover bekend is er nadien binnen niets gebeurd zodat de hele inventaris nog aanwezig is, inclusief de mallen en de machines. Door de inkrimping van het bedrijf was het noordelijke deel van de gebouwen al langer niet meer in gebruik. Dat gold ook voor het oudste deel, de productiehal uit 1934 waar na de oorlog de lavetten werden gemaakt. Zelfs het personeel kon daar niet meer komen en Hans zal niet verbaasd zijn als daar nog lavetten liggen (alleen al vanwege dat bericht zou ik heel graag eens in de fabriek willen kijken maar ja, dat asbest...).

 

In de Ocrietfabriek is veel met chemische stoffen gewerkt en in vroegere tijden gebeurden er wel eens dingen die nu niet meer kunnen. De ARBO-voorschriften hebben wel voor verbeteringen gezorgd maar het personeel werkte niet onder ideale omstandigheden. Dat kwam ook omdat de gebouwen in slechte staat verkeerden ("als het regende, dan was het binnen natter dan buiten").

 

Ik liet Hans het suikerzakje zien dat ik via internet had gekocht en uiteindelijk de aanleiding was voor mijn ontdekking dat het bedrijf niet meer bestond. Het suikerzakje werd niet, zoals ik had verwacht, in de bedrijfskantine gebruikt maar weggegeven als relatiegeschenk. Zo blijken er ook balpennen te zijn geweest met daarop de naam van de fabriek. Reclamefolders van de Ocrietfabriek werden naar verkopers van keukens gestuurd en Hans deed de suggestie om daar eens te proberen om aan zo'n folder te komen.

Het blauw op het suikerzakje is de huisstijlkleur van de Ocrietfabriek, dat komt verder terug op het briefpapier, de borden met de bedrijfsnaam en de platen op de gevel van de fabriek.

 

Het was een bijzondere ervaring om het verhaal van de Ocrietfabriek te horen van iemand die er 23 jaar heeft gewerkt. Hans bewaart er hoe dan ook prettige herinneringen aan en "als de fabriek ooit weer open zou gaan (die kans acht hij echter nihil) dan ga ik er zo weer aan het werk."

 

In december 2011 kreeg ik een mail van urban explorer Martin die in de fabriek is geweest (urban exploring is het bezoeken van leegstaande gebouwen op afgesloten terreinen, formeel is dat een illegale activiteit maar een ongeschreven wet is dat je alleen maar foto's maakt en verder nergens aan komt). De opnamen zijn heel bijzonder en laten duidelijk zien dat de fabriek van het ene op het andere moment is gesloten. Klik hier om de foto's te bekijken.

 


 

Waar men al jarenlang bang voor was gebeurde in de avond van 29 maart 2014: er woedt een uitslaande brand in de voormalige Ocrietfabriek. Het vuur brak om zeven over zeven 's avonds uit in een bijgebouw of container bij de fabriekshal, zo meldde de brandweerwoordvoerder. De vlammen sloegen snel over naar de gevel en het dak van het pand waardoor de brandweer besloot op te schalen naar grote brand. Om acht uur kon het sein "brand meester" worden gegeven.

Vanwege het gevaar van vrijkomende asbestdeeltjes was de omgeving afgezet, onderzoek na de brand toonde aan dat er een minimale hoeveelheid asbest is vrijgekomen. Volgens de brandweer is er asbest gevonden op het fabrieksterrein maar de vezels zijn niet op de openbare weg terecht gekomen.

 

Naar aanleiding van de brand wil een meerderheid van de gemeenteraad in Eemnes dat het terrein permanent bewaakt wordt tot er een asbestsanering kan plaatsvinden, men is van mening dat de leegstaande fabriek een acute bedreiging is voor de volksgezondheid. Volgens omwonenden wordt het terrein regelmatig bezocht door krakers, dieven en vandalen. Een getuige twijfelt er dan ook niet aan dat de brand is aangestoken: er zouden twee jongens zijn weggerend na het uitbreken van de brand. De politie onderzoekt de zaak maar heeft nog niemand aangehouden.

 

Op 15 april treft de politie een opengebroken rolluik en een ingeslagen raam aan wat opnieuw de noodzaak van bewaking aantoont. Er staan nu slechts borden die wijzen op het asbestgevaar maar de gemeente Eemnes wil dat er snel een hoog hek rondom het terrein wordt gezet. Sinds 30 april lopen er bewakers op het bedrijfsterrein en hangen er camera's. Met de hulpdiensten is afgesproken dat er onmiddellijk wordt uitgerukt als er op het terrein zich iets verdachts voordoet.

 

Op 30 april hebben de gemeente Eemnes en de failliete eigenaar van de fabriek eindelijk overeenstemming bereikt over de sloop van de gebouwen door een gespecialiseerd bedrijf. De sloop en de sanering van het asbesthoudende complex moet nog voor de zomer klaar zijn zodat het gebied herontwikkeld kan worden.

De Erfgoedvereniging Heemschut en de Utrechtse Stichting voor het Industrieel Erfgoed (USINE) hebben met verbijstering kennis genomen van de sloopplannen, de beide organisaties die opkomen voor monumentenbelangen begrijpen niet waarom met name de twee karakteristieke silo's gesloopt moeten worden. Ze doen een dringend beroep op de gemeenteraad van Eemnes om de grote en kleine silo die een 'landmark' in het landschap vormen te ontzien.

 

Op 1 juli 2014 heeft de gemeente Eemnes een sloopvergunning afgegeven. Op 8 juli 2014 is de afbraak van de Ocrietfabriek begonnen, uitgerekend met de twee beeldbepalende silo's (foto links). Erfgoedvereniging Heemschut heeft nog bezwaar aangetekend maar dat leverde niets op, drie dagen later lagen de twee silo's al tegen de vlakte.

 

Op 30 juli 2014 is er opnieuw brand uitgebroken in de leegstaande Ocrietfabriek (foto rechts), dat gebeurde rond 10.45 uur tijdens sloopwerkzaamheden. De rookwolken waren tot in de verre omtrek te zien en vanwege het asbestgevaar werd direct groot alarm geslagen, omwonenden kregen het dringende advies om ramen en deuren gesloten te houden. De mensen die binnen aan het werk waren konden op tijd naar buiten komen, toen de brandweer aankwam is direct opgeschaald naar grote brand maar na twee uur was het vuur onder controle. Onderzoek heeft aangetoond dat er geen asbest is vrijgekomen.

 

In de Oudheidkamer van de Historische Kring Eemnes is tot en met 31 oktober 2015 de tentoonstelling Ocrietfabriek 1939 - 2008 te bekijken waarin aandacht wordt besteed aan de historie van het bedrijf, de mensen die er werkten en de situatie na de sluiting. De oudheidkamer is aan de Raadhuislaan 2A in Eemnes en is iedere zaterdag geopend van 14.00 tot 16.00 uur. Ik ga in de lente of de zomer zeker een keer kijken, in combinatie met een bezoek aan de locatie van de fabriek.

 


 

Op zaterdag 29 augustus 2015 ben ik naar Eemnes geweest waar ik twee plekken heb bezocht die iets van doen hebben met het lavet. Eerst ga ik naar de locatie waar de fabriek heeft gestaan en daarna bekijk ik de tentoonstelling over de Ocrietfabriek in de oudheidkamer van de Historische Kring Eemnes. Dankzij Erwin (die ook erg geïnteresseerd is in de Ocrietfabriek) hoefde ik niet te lopen en konden we alles per auto doen, als dank heb ik hem de afdrukken van de foto's gegeven die ik zes jaar geleden heb gemaakt toen ik de fabriek voor het eerst heb bezocht.

 

De in 2008 gesloten Ocrietfabriek stond aan de Eem ten noorden van Baarn en in februari 2009 ben ik er geweest, de gebouwen stonden er toen nog. Voordat ik vanmorgen richting Eemnes vertrok heb ik de foto's die ik toen heb gemaakt nog even bekeken zodat ik het beeld van de fabriek weer voor mij had. Per auto rijden we vanuit Baarn naar Eemnes via de route die ik in 2009 heb gelopen, de smalle Eemweg met de hoge bomen is nog precies hetzelfde. Als we de plek van de fabriek naderen zie ik dat de grote borden met de naam er nog steeds staan (foto links), enigszins verborgen achter een paar bomen.

We parkeren de auto op de parkeerplaats vlakbij de plek waar de ingang van de toonzaal was en ik loop rond om wat foto's te maken. Van de fabriek zelf is niets meer over, alleen de vloeren en de funderingen zijn er nog. Eigenlijk kun je nu pas aan het vloeroppervlak zien hoe groot het complex was (foto rechts), de gebouwen stonden tot bijna aan de Eem.

 

Kort vóór het naambord was de expeditie-ingang naar het fabrieksterrein (foto links). In 2009 was er nog een toegangsbel en een groen uitgeslagen bord met het verzoek aan de chauffeurs om in Eembrugge de maximum snelheid van 30 km/h te respecteren, van zowel de bel als het bord is geen spoor meer te vinden. Het ijzeren hek is nog hetzelfde en is afgesloten met een kettingslot. Er staan twee ronde stukken beton voor, kennelijk om te voorkomen dat men het terrein probeert op te rijden. Achter het hek ligt een metershoge berg verpulverd puin.

 

De ingang van de vroegere toonzaal bestond uit een dubbele deur met daarboven een groot wit bord met de naam van de fabriek, ter weerszijden van de ingang was een parkeerplaats voor bezoekers. Net naast de ingang was een vlaggenmast en die staat er anno 2015 nog steeds (foto rechts). Een klein stukje verder staan nog altijd een grote spar en een andere heester, dat was toen het enige groen maar nu is de parkeerplaats voor een deel overwoekerd.

 

Daarna rijden we naar het dorp Eemnes waar in de oudheidkamer van de Historische Kring Eemnes (foto links) de tijdelijke tentoonstelling Ocrietfabriek 1939 – 2008 over de geschiedenis van de Ocrietfabriek is.

De expositieruimte (foto rechts) is niet zo heel groot maar er was veel te zien en te lezen, op overzichtelijke panelen wordt de geschiedenis van het bedrijf uit de doeken gedaan. Behalve foto's waren er ook voorwerpen te zien waaronder een keukenblok met een aanrecht van ocriet, op het aanrecht stond de beroemde bus met Vim (het schuurpoeder waarmee je ocriet moest reinigen)! Wat ik eerlijk gezegd miste was een lavet maar er hing wel een vergroting van een advertentie waarop het lavet te zien is. De Ocrietfabriek was meer dan een grote werkgever voor Eemnes en omgeving, het bedrijf deed veel voor zijn personeel op sociaal gebied.

 

Hieronder nog wat foto's die ik tijdens het bezoek aan de tentoonstelling heb gemaakt.